Stap 1: Bereken hoeveel parket je nodig hebt
Meet de lengte en breedte van de ruimte en vermenigvuldig die. Gebruik de rekentool voor het aantal vierkante meters als je het zeker wilt weten. Tel er altijd 8 tot 10 procent snijverlies bij op. Kies je voor een lastiger patroon zoals visgraat, reken dan 12 procent, omdat je dan meer op maat moet zagen.
Stap 2: Maak de ondergrond klaar
Dit is de stap waar de meeste problemen later uit voortkomen. De ondergrond moet vlak, droog en schoon zijn. Een verschil van meer dan 2 mm per meter is al genoeg voor kieren, kraken of een bollende vloer later.
Stap 3: Laat het parket acclimatiseren
Haal het parket minimaal 48 uur, bij voorkeur langer, voor het leggen uit de verpakking en laat het plat liggen in de ruimte waar het straks komt te liggen. Hout neemt de temperatuur en luchtvochtigheid van de kamer aan. Sla je deze stap over, dan loop je risico op kromtrekken, kieren of juist opbollen achteraf.
Houd tijdens het leggen zelf een ruimtetemperatuur van minimaal 18 graden aan en een luchtvochtigheid van minimaal 50 procent. Dat is geen losse vuistregel: deze eis staat ook in onze eigen algemene voorwaarden, juist omdat het zoveel uitmaakt voor het eindresultaat. Meet dit met een hygrometer, want zien doe je het niet. Ook na het leggen blijft dit belangrijk: streef structureel naar 50 tot 60 procent, zeker zodra in de winter de verwarming weer aangaat.
Niet elke houtsoort gedraagt zich hierbij hetzelfde. Eiken is relatief stabiel en het meest vergevingsgezind, niet toevallig ook de meest gebruikte houtsoort. Zachtere soorten zoals grenen deuken sneller tijdens transport en leggen. Tropische, tanninerijke houtsoorten zoals merbau, teak of azobé reageren weer anders op vocht en vragen vaak wat meer acclimatisatietijd. Ben je niet zeker van je houtsoort, vraag dit dan na bij je leverancier.
Stap 4: Bepaal de legrichting en het patroon
De meest gekozen richting is in de lengte van de ruimte of parallel aan de lichtinval, dat geeft de rustigste uitstraling. Wil je iets bijzonders, dan zijn er legpatronen zoals visgraat of Hongaarse punt. Het overzicht van legpatronen laat de opties zien. Zit je tussen visgraat en walvisgraat, of tussen visgraat en Hongaarse punt, lees dan eerst het verschil tussen walvisgraat en visgraat door.
Een eerlijke kanttekening: patroonvloeren zijn aanzienlijk lastiger zelf te leggen dan rechte planken. Heb je toch zin in de uitdaging, bekijk dan het stappenplan voor het zelf leggen van een visgraatvloer en houd rekening met een langere klus en meer snijverlies.
Stap 5: Houd de dilatatievoeg aan
Laat de vloer nooit strak tegen een muur, deurprofiel of ander vast bouwdeel aankomen. Houd rondom minimaal 8 tot 10 mm ruimte vrij, ook onder plinten en bij deuropeningen. Hout zet uit en krimpt, en zonder deze voeg krijg je op termijn kieren of, in het ergste geval, een opbollende vloer. Woon je boven een andere woning, dan voorkomt de voeg bovendien dat loopgeluid via de constructie naar de buren onder je loopt. Merk je later dat je vloer toch bolt of gaat kraken, dan is een ontbrekende of dichtgezette dilatatievoeg vaak (een deel van) de oorzaak.
Stap 6: Leg de vloer
Begin met een rechte startlijn, evenwijdig aan de langste muur, met de groef naar de muur toe. Werk met afstandsblokjes voor de uitzetvoeg. Meng planken uit verschillende dozen bewust door elkaar, hout is een natuurproduct en elke plank kent kleine kleurverschillen. Planken met spinthout, het lichtere randhout, blijven altijd iets lichter dan de rest. Dat is geen fout, maar een eigenschap van het hout.
Ga je verlijmen, werk dan secuur en volgens de lijmvoorschriften van de fabrikant, en lijm ook de kopse kanten voor een steviger geheel.