Wat schuren alsnog onmogelijk maakt
Mes en groef aan de oppervlakte. Massieve planken hebben aan de zijkant een mes-en-groefverbinding, en die zit een stuk onder het oppervlak. Schuur je zes tot acht millimeter weg, dan kom je erop uit en gaan de plankranden zichtbaar rafelen. Vanaf dat moment is de vloer op, hoeveel hout er onder de verbinding ook nog zit. Dat is de echte grens bij massief, niet de plankdikte.
De lijmlaag bij lamelparket. De toplaag is op multiplex gelijmd. Hoe dunner die laag wordt, hoe meer spanning er op de oude lijmverbinding komt. Schuur je te ver door, dan kan de toplaag loslaten, en dat merk je pas als het gebeurd is. Daarom houden wij bij lamelparket meer marge aan dan de dikte alleen zou rechtvaardigen.
Schotelen. Staan de randen van je planken omhoog en ligt het midden lager, dan schotelt de vloer. Dat komt door vochtwisselingen. Om bij de oude laklaag in het midden van de plank te komen, moet eerst dat hoogteverschil eraf, en dat kost meer dan 4 mm in één keer. Zo kan een vloer met voldoende toplaag alsnog afvallen.
Vocht, houtrot of losse delen. Dit is geen schuurvraag maar een constructievraag. Ligt er vocht onder de vloer, is er houtrot, of liggen er delen los, dan moet dat eerst opgelost worden. Schuur je eroverheen, dan staat het probleem er over een jaar weer, alleen dan in een net gerenoveerde vloer.
Een eerdere slechte schuurbeurt. Golven, geulen of brandplekken van een machine kosten extra dikte om weer vlak te krijgen. Speelt dat bij jou, tel er dan een halve tot hele millimeter bij op.